top of page

Gelukkig zijn, hoe voelt dat?

  • vancampenhoutmirte
  • 14 dec 2018
  • 8 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 23 dec 2018

Toen ik in het zesde middelbaar zat (aan het Sint-Jozelfsinstituut in Ternat), kreeg ik voor het vak Nederlands de opdracht een redevoering te schrijven. 'Overtuig de mensen van jouw standpunt.', zei mevrouw Segers. 'En van alle zesdes pikken we er dan de twee beste uit die onze school mogen vertegenwoordigen op het Welsprekendheidstoernooi tegen nog acht andere scholen.'


Ik ben een levensgenieter in hart en nieren en naar mijn mening stellen mensen dat genieten te lang uit.

Zo gezegd zo gedaan, ik begon te schrijven. Ik merkte dat dat best vlot ging, want ik wist meteen waar ik het over wou hebben. Ik ben een levensgenieter in hart en nieren en naar mijn mening stellen mensen dat genieten te lang uit. Na veel schrijven, doorkrabben en herschrijven, was ik eindelijk tevreden. 'Of ik dat nu win of niet, ik heb in elk geval mijn gedacht kunnen zeggen', dacht ik.


En het allerbeste: ik vond het écht leuk om te doen.

Zo gezegd zo gedaan, ik zei mijn gedacht. Het bleek aan te slaan, ik kreeg er veel complimenten over van mijn klasgenoten en de leerkracht. En het allerbeste: ik vond het écht leuk om te doen. Mijn leerkracht Nederlands stuurde mij en enkele klasgenoten naar de 'schoolselecties'. Uit alle klassen van het zesde moesten uiteindelijk 2 leerlingen worden gekozen. Ik bracht dus mijn redevoering nog een keer voor, maar dan voor verschillende leerlingen van verschillende klassen. Best spannend, want ik hoorde nog heel wat andere zesdes hun redevoering opvoeren en was echt onder de indruk. Sommigen hadden het over racisme, anderen over het schoolsysteem of de banaliteit van het sigarettenpakje. Veel leerlingen, veel onderwerpen, veel ijzersterke teksten en tóch werd ik samen met nog één andere leerling uitgekozen om onze school te gaan vertegenwoordigen.


Alles verliep vlekkeloos, ik was best trots op mezelf.

Zo gezegd zo gedaan, na veel stressen ergens in een keldertje onder het podium samen met de andere kandidaten, stond ik op dat podium. De zaal zat vol met klassen zesdejaars van allerlei scholen uit de buurt. Ik had ondertussen zo veel geoefend, dat ik mijn tekst volledig uit het hoofd kende en deze telkens nóg overtuigender kon brengen, omdat ik er zelf steeds meer overtuigd van raakte. Alles verliep vlekkeloos, ik was best trots op mezelf.


Wat. Een. Ervaring.

Na nog een improvisatieronde (die helaas pindakaas niet zo vlekkeloos verliep), werden de prijzen uitgereikt. En ja hoor, ik kreeg een podiumplaats! Ik werd uiteindelijk tweede. Één van de juryleden (blijkbaar een grote meneer, maar ik had geen flauw idee wie hij was) fluisterde me bij het aangeven van één van mijn prijzenpakketten in m'n oor dat hij mijn redevoering de beste vond. Ik was enorm blij met mijn tweede plaats en gunde de winnaar (Karen De Vos, definitely worth mentioning) die eerste plaats keihard. Wat. Een. Ervaring.


'Zie je het niet zitten om je redevoering nog een keer te doen tijdens de proclamatie in de kerk?'

Aan het einde van het schooljaar kreeg ik van mijn leerkracht Nederlands een mail. 'Zie je het niet zitten om je redevoering nog een keer te doen tijdens de proclamatie in de kerk?' En ja hoor, je ziet het waarschijnlijk al aankomen...


Vooraan in een volle kerk. Met een kerkenfobie. Voor iets van een 600 mensen.

Zo gezegd, zo gedaan. Daar stond ik dan, vooraan in een volle kerk. Met een kerkenfobie. Voor iets van een 600 mensen. Ik bracht voor de allerlaatste keer mijn redevoering met volle overtuiging. Ik had enkele stukjes weggelaten en er een stukje aan toegevoegd over afstuderen (cliché, I know). En helemaal aan het einde, toen ik mijn papa quoteerde, kreeg ik ineens een krop in de keel. Ik zag mijn papa zitten, helemaal achteraan in de kerk, tussen alle andere mensen die mij met grote ogen aanstaarden. Mijn ogen liepen vol tranen en mijn lichaam besliste de emoties de vrije loop te laten. Vooraan in een volle kerk. Met een kerkenfobie. Voor iets van een 600 mensen.


Awkwarddddd.

Ik kreeg een groot applaus en zag dat heel wat mensen echt geraakt waren door wat ik hen net had verteld. Achteraf op de receptie kreeg ik veel felicitaties, maar kwamen ook veel mensen mij condoleren. Ik snapte er niets van. Tot één van de leerkrachten Nederlands naar mij toe kwam en mij vertelde dat ongeveer iedereen dacht dat mijn papa overleden was, terwijl mijn papa daar gewoon rondliep op de receptie. Awkwarddddd.


Benieuwd naar mijn redevoering (de niet-aangepaste versie)? Lees dan vooral nog even verder.

Ps: Je moet 'm wel lezen met de juiste klemtonen en rustpauzes, anders is-ie ineens maar half zo goed ;) .

Pps: Ik weet dat hij best wel lang lijkt, maar het is de moeite waard! Beloofd.


Gelukkig zijn, hoe voelt dat?

Ik kan het jullie vertellen. Want ik kan na 17 jaar ronddwalen op deze blauwgroene – maar tegenwoordig vooral vuile – aardbol zeggen dat ik oprecht gelukkig ben. Maar echt oprecht hé. Gemeend en met de hand op het hart enzo, the full package. Dat klinkt zo vanzelfsprekend natuurlijk. Want waarom zou ik, een doodgewoon meisje van 17, geboren in een warm nest, in een gezellig dorp, in een politiek redelijk stabiel land, waarom zou ik niet gelukkig zijn? Het antwoord is net zo simpel als de vraag. Met geluk word je niet geboren. Geluk maak je zelf. En dat doe ik iedere dag, want sinds ik ontdekte hoe dit in elkaar zat, werd het mijn levensmotto.


Waar ik mij het meest aan stoor inzake dat gelukkig zijn, is het feit dat mensen de neiging hebben dit uit te stellen. Doordat het leven bij veel mensen bestaat uit een dagelijkse routine en een berg verplichtingen, zetten velen onder ons hun eigen geluk op de tweede plaats, vinden dat iets ‘voor later’ of ‘wanneer er eens tijd voor is’. Maar wanneer is later? Wanneer is dat moment waarop je eens tijd zal hebben? Ik illustreer het even met een voorbeeld uit mijn eigen leven. Ik droom er al jaren van om een paar maand rond te trekken ergens in Zuid-Oost Azië, ergens waar ik niks en niemand ken. Ik zou dat zó graag doen, dat ik zelfs alleen zou vertrekken. Als het aan mij lag, morgen al. En weten jullie wat ik te horen krijg als ik die droom met anderen deel? ‘Dat zijn dingen voor later’ ‘Eerst studeren en geld gaan verdienen’ ‘Wacht daar nog maar even mee’. Uitstelgedrag.


Waarom stellen we dit uit? Ik krijg maar al te vaak het antwoord dat daar nu ‘geen tijd’ voor is. Denk eens aan het laatste wat je hebt uitgesteld en denk meteen ook aan de reden waarom. Ik durf er mijn geld op inzetten, dat je dit deed wegens ‘tijdsgebrek’. Al die uren die je in je bed of in de zetel doorbrengt terwijl je al je social media checkt, youtube filmpjes kijkt en berichtjes leest, kan je gerust een paar keer per week overslaan. En zelfs als je die 5 minuten die je elke dag te lang onder de douche staat optelt, kom je per jaar aan 30 uur meer tijd. Gebruik die tijd om datgene te doen dat je al zo lang wilde doen maar waarvoor je het altijd te druk had.

Sporten, om opnieuw in die skinny jeans te passen waarin je vroeger zo veel complimentjes kreeg. Naar de ikea gaan om een nachtkastje te kopen en dan uiteindelijk aan de kassa staan met een cactus, een bureaustoel, 7 knuffels en een zak diepvries-zweedse balletjes. Afspreken met een vriend of vriendin die je – wegens tijdsgebrek – al veel te lang niet meer hebt gesproken of gezien. Je kamer verven, want rood is zó 2007. Geloof mij, tijd genoeg om gelukkig te zijn.


Wat ik ook wel eens tegenkom, zijn mensen die beweren dat gelukkig zijn niet zomaar gaat in een wereld als deze. Want je kan niet zomaar alles stopzetten, de wereld moet blijven draaien. Mensen beginnen zodanig op automatische piloot te functioneren, dat ze na verloop van tijd niet meer weten waarvoor ze het doen. Wat dan?

Mag ik jullie vragen om jezelf even te vergelijken met een vis. Een doodgewone vis in een rivier, net als de anderen, of net helemaal niet. Misschien heb je mooiere schubben, of een iets grotere staart. Misschien ben je een sociale vis, misschien een eenzame zwemmer. Misschien ben je een kopman, misschien een volger. Maar uiteindelijk ben je gewoon een vis. En vergelijk dan het leven met de afstand die alle vissen afleggen in een lange rivier, opweg naar hun eindbestemming, hun grote doel, hun Grote Geluk. Misschien een vijver, misschien een meer. Misschien zie jij het groter en is jouw doel zelfs een zee of oceaan.

Dag in dag uit zwemmen alle vissen mee met de stroom. Blijven zwemmen, blijven zwemmen. Want de stroom wacht niet, de stroom gaat vooruit. Stel nu, dat jij na al die jaren zwemmen meer wilt dan gewoon meegaan in de stroom? Het antwoord is net zo simpel als de vraag. Waarom zou je dan nog blijven meestromen?


Spring even uit het water – wat niet kan, want vissen kunnen niet springen – maar toch, take the risk or lose the chance. En nu we toch in het Engels bezig zijn, only dead fish go with the flow. Dus ga even chillen op de oever. Misschien ontmoet je daar wel andere vissen, die net als jij, het geluk niet zochten in de stroom, maar ernaast. En wanneer jullie opnieuw op adem zijn gekomen, wanneer jullie levenservaringen gedeeld hebben – wat niet kan, want vissen kunnen niet praten, maar met gebaren kom je tegenwoordig ook al ver – en vervolgens opnieuw de goesting hebben gevonden om door te zwemmen, spring dan samen terug in het water. Want laat ons toch nog een beetje realistisch blijven, een vis overleeft niet zonder water.


Hou je schubben nog even aan, ik zou het met jullie graag eens hebben over die eindbestemming, dat grote doel, dat Grote Geluk. Waar zwem jij naartoe? Hou je het kleinschalig en hoop je na het afzwemmen van de rivier een beetje te gaan ronddobberen in een vijver in het park? Lekker zwemmen tussen de eendjes, zonnetje op het water, zonder zorgen. Of zou je liefst van al in de zee terechtkomen en eropuit trekken? Andere vissoorten ontdekken, slalommen tussen de koralen, elke dag een nieuw avontuur. Heb jij je keuze al gemaakt?


Met de toekomst in je achterhoofd, zwem je elke dag zo snel mogelijk de rivier door. En je bent gehaast, want het grote geluk ligt op jou te wachten. Dus je zwemt steeds sneller en sneller en sneller tot ineens een visser zijn hengel in het water gooit en jij op onvisselijke wijze uit de stroom wordt gesleurd. Jammer toch, dat jij dat geluk nooit bereikt hebt? Want op die visser had jij niet gerekend. Hoe had jij kunnen weten dat net jij, onderweg naar Het Grote Geluk, van je vissenleven beroofd zou worden? En pas dan begin je je vragen te stellen. Had je niet beter wat meer genoten van het leven in de rivier? Had je er niet beter onderweg ook al iets leuks van gemaakt? Had je niet beter in de stroom al naar dat Grote Geluk gezocht? Misschien lag jouw focus op gelukkig het einde bereiken en niet op gelukkig onderweg zijn. Maar wanneer dat einde er is, zullen we nooit weten. Dus moeten we misschien overwegen van ingesteldheid te veranderen. Want wat is voor jou het belangrijkst? Gelukkig sterven, of gelukkig leven?


Mijn boodschap voor jullie: maak tijd voor je eigen geluk en durf het op een andere plaats te zoeken als je het onder je eigen kerktoren niet denkt te vinden. Besef dat je invloed hebt op het geluk van anderen, dus leef en laat leven. En of je nu een vis bent of een mens, vergeet onderweg niet te genieten. En alstublieft, stel dit niet uit. Een wijze vader zei ooit ‘stel niet uit tot morgen wat je vandaag nog kan doen’. Uiteraard ging het toen over huiswerk, maar wat is dat stomme huiswerk nu waard in vergelijking met jouw geluk.


Opmerkingen


© 2018 by Mirte Van Campenhout. Proudly created with Wix.com

bottom of page