top of page

Chiro, da’s voor ’t leven

  • vancampenhoutmirte
  • 23 dec 2018
  • 5 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 24 dec 2018

Zes jaar was ik, toen ik voor het eerst mijn beige rokje en mijn blauwe kousen aantrok. Zes jaar was ik, toen ik een engagement aanging dat mijn leven compleet op z’n kop zou zetten. En hier zit ik dan, dertien jaar later, met een hoofd vol goede herinneringen en een hart dat nog steeds overstroomt van alle liefde en vriendschap die ik tijdens die 13 prachtige jaren heb mogen krijgen.


De Chiro van m’n leven.

Ik weet niet goed waar ik moet beginnen, want hoe vat je 13 jaar van je leven samen? Ik ga het toch proberen, want ik ben dit echt verschuldigd aan mezelf en aan iedereen die hier ooit deel van heeft uitgemaakt. Oh, en aan Chiro Lombeek Meisjes. De Chiro van m’n leven.


Want dat is wat Chiro is: keihard genieten.

Elke zondag om twee uur stond ik in de opening de longen uit mijn lijf te zingen -ookal beweerde de leiding steeds dat ze alleen zichzelf hoorden zingen-, klaar voor een hele namiddag spelletjes spelen, dansen, zingen, lopen, vallen (veel vallen, heel veel), winnen, verliezen, lachen, huilen, genieten. Want dat is wat Chiro is: keihard genieten. Genieten van een warme chauffage in het lokaal op een koude winterzondag, genieten van een sprite en een Malin Plaisir’ke (Beste. Koeken. Ever.) tijdens het vier-uurtje, zélfs stiekem genieten van de mis tijdens Christus Koning.




En stilaan werden mijn chirovrienden een klein stukje familie. Framily, zo noemen ze dat. Misschien kan je een chirozondag wel vergelijken met een wekelijks familiefeest. Maar dan eentje waar je met volle goesting naartoe gaat ;) . Ik kende het grootste deel van mijn groepsleden beter dan ik mezelf kende. Je kent elkaars zwakke plekken, elkaars grootste angsten en elkaars diepste geheimen.


En na die tien dagen in een keigroot zwart gat vallen maar toch supercontent zijn dat je weer op kamp bent geweest.

Met die familie ging ik dertien jaar lang tien dagen op kamp. Tien dagen samen in een tent, tien dagen eten tot ik buikpijn had, tien dagen elkaars haar vlechten, tien dagen ’s nachts elkaar wakker maken om samen naar de wc te gaan, tien dagen offline zijn en daar keihard van genieten, tien dagen rondlopen met zwarte voeten, tien dagen slapen met ’t getrommel van de regen op het dak, tien dagen stinken in hetzelfde uniform, tien dagen dansen, tien dagen elke dag feest. En na die tien dagen in een keigroot zwart gat vallen maar toch supercontent zijn dat je weer op kamp bent geweest.


En als ik zeg episch, dan bedoel ik echt EPISCH.

In mijn twaalfde chirojaar ging ik samen met mijn mede-aspi’s en 4000 andere aspi’s en leiding van over heel België op Krinkel. Dat was vijf dagen massaspelen spelen (lees: MASSAspelen), elke ochtend de Klinker (de Krinkelkrant) lezen, keiluid meezingen met de zangstonde, pintjes drinken tijdens de laver, ’s nachts stiekem van je kampgrond weglopen om sterren te gaan kijken met je leefgroep, de longen uit je lijf schreeuwen tijdens een ware verbondenstoet en ’s morgens in je onderbroek uit je tent stormen om niet het Zonnekindje van de dag te moeten zijn. Ik bracht deze vijf dagen door in het gezelschap van een eeeepische leefgroep. En als ik zeg episch, dan bedoel ik echt EPISCH. We waren een vrolijke bende en al snel voelde het alsof we elkaar al jaren kenden. We werden een hechte groep en maakten van elke dag één groot chirofeest. Kanjers van mensen, die mensen van leefgroep 110na Turner.



Trots dat ik was. Een klein beetje bang ook, maar vooral trots.

Het dertiende jaar was een extra speciaal jaar: het jaar dat ik mijn groene ledentrui inruilde voor een paarse leidingstrui en een groene fluit rond mijn nek. Trots dat ik was. Een klein beetje bang ook, maar vooral trots. Samen met Amber en Karo begon ik met keiveel goesting aan mijn eerste jaar als leiding bij de Kwiks. Een bende van ongeveer 30 losgeslagen bijna-pubers. Een superenthousiaste groep tettergatten die wij met ons drie elke zondag de zondag van hun leven probeerden te geven. Elke zondagavond ging ik met een gevuld hart (en vaak per ongeluk ook met een gevulde chirorok vol kroonkurken, papiertjes en balpennen) naar huis.





Bij dat leiding zijn hoorde natuurlijk veel meer dan elke zondag spelletjes spelen en het kind in mezelf nog eens naar boven halen. Elke vrijdag zaten we met de hele leidingsploeg samen om het wel en wee van onze Chiro te bespreken. Er werd geroddeld, gelachen, gebrainstormd, vergaderd en af en toe eens goed ruziegemaakt. En dit elke keer onder leiding van onze hoofdleidster Shary en haar rechterhand (een godin van een vrouw, zeg dat ik het gezegd heb), Luna. Zij hakten knopen door, zorgden dat alles wat in orde moest komen in orde kwam, en deden er vooral alles aan om ons team te laten blijven groeien.



Maar soms moet je loslaten waar je het allermeeste van houdt.

Het was een heel bewogen jaar, een jaar met ups-and-downs, en jaar met veel meningen, frustraties en misverstanden. Het was een strijd waarvan ik heel blij ben dat ik hem gestreden heb, maar soms moet je loslaten waar je het allermeeste van houdt.


De zomer brak aan, en op één juli startte de leefweek. Één juli was meteen ook de dag waarop ik aan mijn framily zou moeten vertellen dat dit mijn allerlaatste kamp zou zijn. Ik was enorm zenuwachtig en bang voor de reacties. Gelukkig kreeg ik hiervoor veel begrip, wat ervoor zorgde dat ik nog voor de allerlaatste keer voor de volle honderd procent van mijn allerlaatste tien dagen feest zou kunnen genieten.


Dat het de moeite was jong, dat het de moeite was.

Na tien dagen knutselen, decor schilderen, spelletjes maken, verhaaltjes schrijven en tenten kuisen vertrokken we naar Someren-Heide. Het beloofde een zalig kamp te worden, en dat werd het. Wat. Een. Kamp. Het was na twaalf jaar samen slapen met m’n ’99 gang heel raar om ineens wakker te worden in een tent vol 11-jarigen. Maar met Amber en Karo – dé heldinnen van m’n leven – aan mijn zijde, was geen enkele uitdaging te groot. We zagen die bende doodgraag, maar soms konden ze ook echt het bloed van onder onze nagels halen tot we letterlijk alle drie naast elkaar onze ogen uit ons hoofd stonden te wenen op het grasveld terwijl de zon onderging en onze Kwiks onder de douche stonden. Gelukkig kregen we enorm veel steun van de rest van ons fantastische leidingsteam. Een goed gesprek met onze patés deed heel veel deugd en gaf ons terug een flinke dosis frisse moed. Voor zover je iets fris kan noemen op chirokamp natuurlijk ;) . We zijn op rechtdoortocht geweest, hebben grenzen verlegd, urenlang luizen uitgekamd, monopoly gespeeld in Someren city en komkommerrace’kes gedaan aan tafel. Dat het de moeite was jong, dat het de moeite was. Merci Kwiks, merci Amber en Karo, merci teamke groen.




De leste zijn de beste. Getest én bewezen.

Ik heb kei, maar echt keihard genoten van mijn laatste kamp. Ik heb immens veel gehad aan alle kleine gezellige momentjes in de leidingstent, aan alle zalige avonden met de kookploeg (die mensen zouden één voor één een standbeeld moeten krijgen), aan ’s avonds toneelspelen bij de ondergaande zon met een wannabe Frans accent en een alcoholstiftsnor op mijn gezicht. 't Is supercliché, maar de leste zijn de beste. Getest én bewezen.




Ik ben iedereen die mij deze dertien jaar gemaakt heeft tot wie ik ben enorm dankbaar. Ik heb zo veel geleerd, zo veel meegemaakt. De herinneringen die ik aan deze dertien jaar overhoud zijn ontelbaar in aantal en onmeetbaar in waarde.


De Chiro heeft zich sinds dit jaar verplaatst van het vaste plekje in m’n agenda, naar een vast plekje in m’n hart. Want eens een chirowijf, altijd een chirowijf. De Chiro, da’s niet voor even.


Chiro, da’s voor ’t leven.



 
 
 

Recente blogposts

Alles weergeven
Gelukkig zijn, hoe voelt dat?

Toen ik in het zesde middelbaar zat (aan het Sint-Jozelfsinstituut in Ternat), kreeg ik voor het vak Nederlands de opdracht een...

 
 
 

Opmerkingen


© 2018 by Mirte Van Campenhout. Proudly created with Wix.com

bottom of page